Bergpadtekst 3: De dans van het leven. M. Hillen

De dans van het leven toont verschillende passen en wordt gedanst op verschillende maten. Doch elke pas die gezet wordt in aandacht, geeft de basis voor de vreugde.
De vreugde ligt opgesloten in het leven zelf, en kan nooit buiten het leven om gevonden worden, omdat de vreugde die buiten het leven om gevonden zou kunnen worden, niet die vreugde is waarop men vanuit menselijke gevoelens hoopt.

De vreugde in het leven kan alleen in een aandachtspunt ontvangen worden. De vreugde die niet in een aandachtspunt ontvangen wordt, vraagt steeds om herhaling, omdat ze niet werkelijk gevoeld wordt. Het voelen van het aanwezig-zijn, van de daadkracht die stroomt door elke cel in de lichamelijke vorm geeft de vreugde aan het leven.

De danspassen die gemaakt moeten worden, zijn het spanningsveld, omdat door de verschillende danspassen op de verschillende maten er veranderingen zichtbaar worden die steeds opnieuw een opwekkende kracht in zich dragen. Die opwekkende kracht geeft de mens het inzicht in de weg die gegaan moet worden.

Als de mens de weg gaat die begint aan de voet van de berg, zal de mens de danspassen en de maat al herkennen. Toch is hij nog overgeleverd aan de impulsen die door de maat in hem wakker geroepen worden. Het gehoorzamen aan de impulsen brengt met zich mee dat de danspassen soms niet altijd verlopen zoals zij moeten. Doch in de woestheid van de impulsen ligt de drang naar de werkelijkheid opgesloten. Het licht kan niet zichtbaar worden, zolang de woestheid overheerst, doch het licht wordt pas zichtbaar als er enige structuur in de danspassen is aangebracht.
De structuur die aangebracht is, geeft dan een zekere regelmaat aan het leven, maar tegelijkertijd een zekere pijn en heimwee, omdat de woestheid verloren is en er toch een verlangen bestaat naar overgave.

De overgave die in het menselijke bewustzijn een grote plaats inneemt, en op verschillende manieren getoond wordt en naar buiten komt, is de drang naar de eenwording. Zij komt uiteindelijk voort uit deze drang. De eenwording ligt in alles opgesloten, omdat zij steeds de drijfkracht is naar verandering. Van hoog tot laag spreekt deze kracht door alles heen. Zo brengt zij van hoog tot laag de veranderingen. Maar de kleur waarin de verandering plaats vindt heeft te maken met de plaats van het bewustzijn op dat moment.
Het bewustzijn speelt de bemiddelende rol, en niet alleen díe rol, maar ook is dat de kracht die het vuur aanwakkert en de moeder is.
Het bewustzijn is de geest. Het bewustzijn is de kracht die inspireert. Het bewustzijn is een afsplitsing van de adem van de Vader. De Vader die zichzelf uitgeademd heeft, moest het bewustzijn scheppen om zichzelf te zien.

Het bewustzijn is zowel de impuls als de vrucht.
Het bewustzijn is zowel de kracht als het ontvangende.
Het bewustzijn is het veld waarin geboren kan worden.
Daarom is het van belang dat de danspassen herkend kunnen worden, zodat er gedanst kan worden op de maat die op dàt moment van belang is.

 

Bron: Mária Hillen

Dit bericht is geplaatst in Gnostiek. Bookmark de permalink.