Pistis Sophia, Het evangelie van de / Duiding hoofdstuk 8 & 9

ISBN 90 6732 276 8 / Uitgave van de Rozekruis Pers, Haarlem

De 148 hoofdstukken die het Evangelie van de Pistis Sophia telt, zijn niet altijd even helder te interpreteren. De veelheid aan moeilijke begrippen en lastige zinnen, maakt het niet altijd uitnodigend om verder te lezen.

Daarom een woord van uitleg door Marc van de Leest.

Duiding hfst 8 & 9:

Hoofdstuk 8.

Jezus onthult ons dat hij zelf, in de gedaante van de engel Gabriël, de boodschap aan Maria bracht, zoals hij reeds bij Elizabeth deed, aangegeven in het vorige hoofdstuk.

Maar bij Maria gaat hij echter nog een stap verder:

“En in plaats van de ziel, stiet ik in haar de kracht die ik van de grote Sabaoth, de Goede, ontvangen heb”.

Dit is uiterst belangrijk, want het betekent dat zijn stoffelijke moeder Maria ‘bevrijd’ werd van haar ziel als karmadrager! Dat gebeurde als noodzakelijke voorbereiding voor de geboorte van Jezus: een moeder zonder erfzonde, die een kind zal baren zonder erfzonde.

We beseffen nu hoe uniek en uitzonderlijk de geboorte van deze boodschapper wel was: een Jezus zonder ziel als karmadrager, want hij was zonder erfkarma, en aangezien het hier gaat over een afzonderlijke schepping, had hij ook geen karma van vorige levens; er wàren geen vorige levens bij Jezus!

We mogen derhalve gerust zeggen dat Jezus geen ziel had: niet als karmadrager, maar ook niet als Hogere Zelf, want hij had niet eens een Lagere zelf (het ego!)…

Een Lipica (ziele-omhulsel) had hij natuurlijk wel, omdat hij, net als elke andere mens, een Microkosmos was, bestaande uit meerdere lichamen: een stoffelijk, een etherisch, een astraal, een mentaal, en een boeddhisch lichaam.

Verder vertelt Jezus ons dat hij de twaalf krachten (zie vorig hoofdstuk) ook in de archontische wereld stootte. Dit gebeurde om de nodige verwarring te stichten bij de ‘distributie’ der zielen aan de toekomstige leerlingen. We moeten echter rekening houden met het feit dat de Koptische christenen – die het Evangelie schreven – ervan overtuigd waren dat de archonten (en hun decanen) niet alleen verantwoordelijk waren voor de stoffelijke schepping, maar ook voor de verdeling der zielen bij elke nieuwe geboorte.

Deze bevoegdheid werd evenwel nooit aan de archonten gegeven, want er werden speciaal voor dit doel ‘Heren van Karma’ geschapen binnen de Goddelijke Hiërarchie, die, onder toezicht van Melchizedek, hun werk deden en doen. Deze Heren zijn in feite goden van de tweede orde, omdat zij geen eeuwig bestaan hebben. Wanneer het Laatste Oordeel, bij het bereiken van het getal van Melchizedek, een feit zal zijn, verdwijnen alle niet-eeuwige goden – dus ook de archonten – samen met de hele stoffelijke wereld, die dan geen zin van bestaan meer heeft.

In de laatste paragraaf zegt Jezus dat hij zal spreken over de volledige Waarheid “aangezien de wereld door u zal worden gered”.

Het is duidelijk dat hij niet enkel de toenmalige leerlingen bedoelde, maar alle ontwaakte zielen, toen, nu, en in de toekomst. Velen van zijn leerlingen, waaronder de meeste apostelen trouwens, hebben zijn boodschap verkeerd geïnterpreteerd, waardoor de boodschap niet begrepen werd, en de boodschapper aanbeden werd!

Het is aan ons om dit grootse werk verder te zetten…

 

Hoofdstuk 9

In dit hoofdstuk herhaalt Jezus dat hij alle mysteriën zal meedelen.

Dit bericht is geplaatst in Apocrief. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>