ISBN 90 6732 276 8 / Uitgave van de Rozekruis Pers, Haarlem
De 148 hoofdstukken die het Evangelie van de Pistis Sophia telt, zijn niet altijd even helder te interpreteren. De veelheid aan moeilijke begrippen en lastige zinnen, maakt het niet altijd uitnodigend om verder te lezen.
Verder met een woord van uitleg door Marc van de Leest.
Duiding bij hoofdstuk 4
Jezus geeft aan zijn leerlingen een nogal dramatische demonstratie van het “Licht”. Merkwaardig is wel de volgende omschrijving:
“En dit Licht was niet gelijkvormig, doch verschillend van aard en verschillend van vorm (…) Het bestond uit drie soorten, en de ene soort was oneindig vele malen schitterender dan de andere …
De tweede of middelste was voortreffelijker dan de eerste, die beneden was; en de derde of bovenste der drie was nóg uitmuntender dan de beide lagere“.
We kunnen dit interpreteren als een soort Gnostische Drie-eenheid: de onnoembare Vader, de Schepper - zijn eerste schepping - zijn tweede schepping.
Zolang de stoffelijke wereld bestaat, zal deze Drievuldigheid in stand gehouden worden. Het spreekt dan ook vanzelf dat de middelste (eerste schepping) veel voortreffelijker was dan de onderste (tweede schepping), en dat de eerste - God zelf - oneindig vele malen schitterender is!
Bij het allerlaatste oordeel - als het getal van Melchizedek bereikt is - zal deze drie-eenheid overgaan in een zuivere éénheid: God in en met zijn eerste schepping…
Duiding bij hoofdstuk 6
Jezus doet hier een opmerkelijke uitspraak; “Van nu af zal ik openlijk met u spreken van het begin der Waarheid tot aan haar voleinding, en ik zal met u spreken van aangezicht tot aangezicht, zonder gelijkenis”.
Dit betekent duidelijk dat de tijd der parabels en verborgenheden voorbij is. Dat kan enkel wanneer de leerlingen tot wie Jezus zich richt - en dat waren zeker niet enkele apostelen alleen - volledig ontwaakt waren, en klaar waren om verder gnostische inzichten te verwerven.
Jezus demonstreerde overigens de hierboven genoemde drie-eenheid door middel van zijn Lichtkleed, dat hij “achtergelaten” had (zie einde hoofdstuk 6), zoals wij weten in de 26ste Hemelsfeer.
In hoofdstuk 7 zegt hij dit zeer expliciet:
“Dit Lichtkleed had ik in het laatste mysterie achtergelaten, totdat de tijd aangebroken zou zijn om het aan te trekken, en ik zou beginnen te spreken tot de mensheid“.
Verder verhaalt Jezus over zijn taak, nog vóór zijn stoffelijke geboorte, dat hij als engel ook Elisabeth bezocht, de moeder van Johannes de Doper, maar ook de moeders der apostelen en leerlingen!
Alle moeders (ook Maria, zijn eigen moeder) verkregen van hem een “twaalfvoudige kracht”, die hij meegekregen heeft vanuit de 26ste Hemelsfeer.
Met deze krachten waren zowel de moeders als hun zonen in staat de archonten te weerstaan, in zoverre natuurlijk dat hun vrije wil er anders zou over beslissen.
Deze twaalf krachten zijn de Eonen uit de eerste schepping: volmaaktheid, genade, intelligentie, begrip, vrede, waarheid, observatie, liefde, wijsheid, schoonheid, herinneringsbekwaamheid en creativiteit.
Verder geeft Jezus ook letterlijk aan dat Johannes de Doper een reïncarnatie is van de profeet Elia.
Bron: Marc van de Leest.



