De filosofie van transfiguratie is een universele filosofie, of anders gezegd, hij heeft al sinds het ontstaan van de mensheid de gevallen mens op zijn levenspad begeleid, en is al die tijd onveranderd gebleven. Het heeft nooit ook maar een spoor van enige verandering laten zien.
De filosofie van transfiguratie is de Gnostische filosofie die de aard en de voorwaarden van het Ware Pad openbaart. Dit Pad leidt naar het enig mogelijke goddelijke contact in de wereld van ruimte en tijd. De filosofie van transfiguratie is de Leerstelling uit de Oude Wijsheid van de Avatars, en hij wordt overal ter wereld en over de hele mensheid verspreid zo gauw het een directe hulp kan zijn voor het zoeken naar en redden van dat wat verloren is gegaan.
De filosofie van transfiguratie is de wijsheid van de slangen, het is de Wijsheid die direct van de Universele Geest uitstraalt. We willen het vooral hebben over deze wijsheid van de slangen, want iedere aspirant op het pad krijgt het te horen:
“…wees daarom zo wijs als de slang.” Dit is feite een Roep tot het Leven.
In de filosofie van transfiguratie zien we dat de slang twee dingen symboliseert.
Ten eerste is het iets dat uiterst heilig is en absoluut goddelijk;
ten tweede is het iets dat juist uiterst verwerpelijk is en zeer onheilig.
We zien de slang als het symbool van de Heilige Geest, maar we zien het sissende reptiel ook gif spuiten en verderf zaaien. We zien dat de slang als de duivel beschreven wordt, maar we zien ook dat de gouden slang als een ornament op het hoofd van bepaalde priesters gedragen wordt om een bepaalde spirituele status aan te duiden. Deze twee zeer tegengestelde symbolische betekenissen van de slang hebben veel verwarring gesticht en onenigheid veroorzaakt bij hen die het niet begrepen. De mens is herhaaldelijk tot afgoderij vervallen, en dat zal blijven gebeuren zolang hij door zijn gevallen religieuze instincten de openbaringen en het doel van de zuivere Gnosis niet meer begrijpt.
Ieder van ons draagt een slang in zich mee. Deze slang slingert zich in en om onze levensboom heen (wat in feite voor het cerebro-spinale centrum staat, inclusief de talloze zenuw- en bewustzijnskanalen die in het Sanskriet nadis worden genoemd.) De kop van het beest is duidelijk zichtbaar voor het gewone fysieke oog. In de Heilige Taal wordt naar de slang verwezen als ‘de koperen slang’. Dit verwijst naar de uitstraling van ons bewustzijn, het zielenpotentiëel van ons hele slangenvuur systeem, dus ons hele hoofdwervelkolom systeem. Het is deze koperen slang die over de Aarde kruipt met dodelijk gif in zijn kop. En waarom wordt hij dan van koper genoemd? In het Hebreeuws is het woord voor ‘koper’ gelijk aan het woord voor ‘slang’. Koper - de slang dus - is een vrouwelijk principe. Koper is ook het metaal dat bij Venus hoort.
Het genererende, vrouwelijke principe is een deel van de potentie van het Slangevuur, maar het creatieve, het mannelijke aspect ook. In ieder Slangevuur systeem zijn deze twee aspecten aanwezig, de koperen slang en de vuurslang, of respectievelijk het vrouwelijke en het mannelijk in ons. Symbolisch kun je zeggen dat er twee slangen in de menselijke levensboom zitten. Bij de ene is het mannelijke principe positief en het vrouwelijke negatief, en bij de ander is het precies andersom. Als we kijken naar de caduceus, de staf van Hermes met zijn twee slangen, een zwarte en een witte, dan zien we dat dit symbool een algemene dualistische en biologische situatie aangeeft die dezelfde is als de levensboom met zijn twee aspecten. Als we naar afbeeldingen kijken van Egyptische priesters met hun kenmerkende versieringen in de vorm van twee reptielen, dan zien hierin een uiterlijk teken van het innerlijke wezen van hun zelf en van hun medemens.
De twee principes die we ook “Adam” en “Eva” kunnen noemen (Adam is dan de vuurslang en Eva de koperen slang), zijn het voortdurend oneens met elkaar. Ze zijn altijd bezig met redetwisten en het nemen van beslissingen. Allemaal hebben we het vermogen tot innerlijke beraadslagen. De twee slangen winden zich rond elkaar en rond de levensboom. Het ene moment spreekt het mannelijke principe tot het vrouwelijke, het andere is het net omgekeerd. Ze vallen elkaar steeds aan, en ze beschuldigen elkaar voortdurend. De vuurslang wil realiseren, de koperen slang wil bezitten. De creatieve en de genererende passies blijven ieder steeds hun eigen doel nastreven. Toch heeft het hele gevallen zelf maar één doel voor ogen, en dat is zichzelf te handhaven, te strijden om het bestaan. Het sissende reptiel kronkelt dus door de vuiligheid van de gevallen wereld, en God, heb medelijden met wie hem ergert!
We kennen allemaal het redetwisten van onze eigen innerlijke slangen. Het ene moment kruipt hij in het heiligdom van ons hart om te beraadslagen over onze interesses, het volgende moment doet hij juist een beroep op ons hoofd. Het gif dat in deze heiligdommen gebrouwen wordt is sluwheid, geslepenheid, en dat is wat de mens gebruikt om zijn doelen na te streven. Het orgaan waarmee het gif uitgespuwd wordt is het strottenhoofd. Er zijn allerlei soorten gif, en ook allerlei methoden om het gif te krijgen waar we het hebben willen.
Er bestaat een eeuwenoude wetenschap met als doelstelling de activiteit van de twee slangen in het cerebro-spinale systeem van de mens te perfectioneren. Wij noemen dit onheilig occultisme. In oude beschavingen ging iemand die hierin uitblonk er soms zelfs toe over een metalen symbool op zijn hoofd te dragen als teken van zijn vergevorderde staat in het ontwikkelen van zijn persoonlijkheid. In veel verhalen over de Schepping vinden we de beschrijving van de geboorte van het complexe gevallen menselijke systeem. Deze geboorte bestaat altijd uit twee fasen: eerst de geboorte van de vuurslang, Adam, en daarna de geboorte van de koperen slang, Eva. De vuurslang is Adamas, de denker die suggesties van de geest ontvangt. De koperen slang is Hevah, de moeder van de levenden. Deze laatste staat voor het principe dat de suggesties tot realisatie, tot verwerkelijking brengt, dus het principe dat genereert, leven voortbrengt. Adam en Eva zijn dan ook twee heel werkelijke principes in ons.
Zodra de ziel zijn enorme macht misbruikt, dan breekt hij zich los van de Geest en is hij afgesneden van het Al-Bewustzijn, en als gevolg daarvan gaat hij het gevallen universum binnen, het huis van de dood. Vanaf dat moment zijn de twee oorspronkelijke zielenkwaliteiten in een voortdurende staat van onwetendheid, duisternis en disharmonie. Het hele systeem is dan gedoemd te degenereren en te kristalliseren. Er is dan geen spoor meer te bekennen van de glorie die de ziel eens had, en de zondige ziel moet leven in de pijn van de dood, gebonden aan het wiel dat het door de sfeer van dualiteit sleurt.
Iemand die zich bewust is van zijn staat en vele pogingen heeft gedaan zichzelf te verheffen, kan zich misschien gaan afvragen hoe de gevallen ziel dan wel kan worden gered. Dit is een vraag, een zeer fundamentele vraag, waar de Gnosis antwoord op geeft. Het punt is of de gevallen ziel in staat is dit antwoord van de Gnosis te begrijpen. Dit is de grote psychologische test voor ons allemaal: Zijn we werkelijk in staat de taal van de goddelijke ziel te begrijpen of niet? Op dit psychologische punt zegt de Gnosis tegen de kandidaat: ‘Wees dus zo wijs als de slang’. Dan moet blijken of er inderdaad een reactie volgt.
Wees dus zo wijs als de slang! Maar wat voor slang wordt hier bedoeld? Slaat dit misschien op de twee gevallen principes in ons? Nee, hier niet! Hier slaan deze woorden op de straling van de Gnosis zelf, de Gouden Slang van de ware goddelijke Geest. Geen enkele ware priester zal het ooit in zijn hoofd halen om deze slangen in metaal na te maken en zichzelf ermee te tooien!
De uitstraling van de Geest, de vurige vlam van de Geest, laat zich ook zien op twee manieren. Op de ene manier wekt hij de Nieuwe Adamas op, en op de tweede de Nieuwe Hevah. Dit zijn de twee tegendelen van de Nieuwe ziel die ‘voor God staan’. Deze twee contactpunten worden soms voorgesteld als de Seraphim en de Cherubim, of als de Gouden Slang en de Griffioen, het gevleugelde fabeldier. In de oude Perzische mythologie is de Griffioen het fabeldier dat de gouden berg bewaakt. Als de aspirant de Roep en de Gnosis nog steeds kan begrijpen, dan zal hij naar de gouden berg van de Geest keren, en daar zal zijn bevrijding vandaan komen. Als hij de heilige berg van de Zaligsprekingen nadert, dan roept hij met luide stem: ‘Mijn hulp komt van de Heer, die de Hemel en de Aarde geschapen heeft’. Zodra hij deze mantra gesproken heeft komen de wachters van de berg, de mysterieuze Griffioenen of de Cherubijnen, boven hem zweven. Eén van hen schiet als een pijl uit de boog op hem af, rijt in een flits zijn borst open, en verschroeit hem met de intense hitte van het Slangevuur systeem. Iemand die zo door het vuur van de Geest is aangeraakt hoort dan een luide donderklap, en boven het lawaai uit klinkt er een stem die zegt: “Een zoon van de mensen en een zoon van de slangen. Zie, ik zend u als een schaap tussen de wolven. Wees daarom zo wijs als de slangen”.
De aspirant verlaat de gouden berg. Het is nog geen tijd voor Ascentie tot de Hemel. Hij keert maar weer terug naar de vallei van de schaduw van de dood als een schaap tussen de wolven. Hij heeft zijn armen gekruist over de gapende wond die de Griffioen hem toebracht. Als dienaar staat hij nu onder de nieuwe Wet.
Deze nieuwe Wet luidt: “Begeef je niet onder de Heidenen (de zorgelozen). Ga niet naar de stad der Samaritanen (mensen met pretenties), maar ga naar de verloren schapen (de mensen die door hun staat van zijn geholpen en gered kunnen worden). En als je gaat, predik en zeg: “Het Koninkrijk der Hemelen komt eraan.”Genees de zieken, laat de doden weer tot leven komen, was de melaatsen, verdrijf de demonen (dat wil zeggen, laat de dualiteit schudden op zijn grondvesten). Neem goud noch zilver noch koper in je beurs mee. Geen tas voor je bagage. Geen schone kleren, geen sandalen of een staf, want de arbeider verdient zijn eten”. Met andere woorden: volg op geen enkele manier je dualistische bezitsinstinct. Wees niet begerig naar welk bezit dan ook, want iedere dienaar van het Rijk van het Licht zal ontvangen wat hij nodig heeft.
De Wet gaat als volgt verder: “Welke stad je ook bezoekt, vind uit wie er waardig is en blijf bij hem totdat je verder trekt. Als je een huis binnengaat, groet het. En als het huis waardig is, laat jouw vrede er over komen. Maar als het niet waardig is, laat jouw vrede dan over jezelf komen. Als iemand jou niet ontvangt of niet naar je woorden luisteren wil, verlaat dat huis of die stad dan en schud het stof van je voeten. Pas op voor de mensen, want zij zullen je in alles tegenspreken en jij zult de haat van allen moeten ondergaan. Als zij je in je eigen stad vervolgen, ga dan naar de volgende, want waarlijk, ik zeg jou dat je niet in alle steden zult zijn geweest voordat de Zoon van God komt”.
Zo luidt de Heilige Wet voor de Geroepen pelgrim. Als de dienaar in overeenstemming met deze wet leeft, dan zal het oude zelf in hem, dat bestaat uit de twee slangen van het verraad, een totale dood sterven. Het voortdurende offer van het zelf is een offer dat gemaakt wordt in dienst van de mensheid. De aspirant weet dat hij dit werk nog maar net begonnen is en hij beweegt zich ijverig van stad naar stad, van mens tot mens, altijd met de boodschap: ‘Het is tijd, het Koninkrijk is nabij’. Hij beseft dat er nog een lange weg te gaan is. Dan kan het als door een wonder ineens gebeuren dan hij zich op de gouden berg bevindt midden tussen de Serafijnen en Cherubijnen, bij de Heilige Aanwezigheid zelf, en daar hoort hij dan woorden die de gevallen mensheid nog nooit gehoord heeft. ‘Wees jij daarom wijs als de slang.’ Dat is de sleutel tot het Pad.
Maar hoe gebruiken we die sleutel dan? En hoe moeten we ons deze wijsheid eigen maken?
De antwoorden op deze vragen liggen in de Gnosis. De reden voor het bestaan van onze groep ligt in het beantwoorden van deze vragen, en dit is de taak waar elke werkelijk Gnostische orde aan gebonden is. Als een dienaar van Christus deze taak ook maar even vergeet, dan faalt hij al in zijn taak.
Nu is het zo dat het Oude Testament het verhaal vertelt van het Joodse volk, en de allegorie die daarin besloten zit vertelt ook over de aspiranten op het Pad. Onze groep bestaat uit kandidaten voor de oogst die er vrijwillig voor gekozen hebben deze reis te maken. Ze worden uit het land van Egypte geleid, dwars door de woestijn, naar het Beloofde Land. Onze Gnostische geschriften zijn verzameld om de aspiranten te laten zien en ervaren dat het dualistische leven een helse staat is, en tegelijkertijd om hen ook uit te nodigen ons op onze reis te vergezellen naar het Nieuwe Leven. Het is een reis door de woestijn omdat we alles achter moeten laten dat ons aan het oude Egypte bindt. Zo’n reis door de woestijn brengt heel speciale moeilijkheden met zich mee. Er zijn spanningen en conflicten die geen enkele aspirant bespaard kunnen blijven, en er zijn complicaties die maken dat velen zich zullen afvragen: “Wat heb ik me nou toch op de hals gehaald?” Vaak zullen ze naar het oude dualistische leven terugverlangen. Daarom is het psychologisch gezien volkomen volgens de verwachtingen als de reizigers op weg naar de Rode Zee op een gegeven moment beginnen te protesteren: “Waarom haalde je ons uit Egypte? Om hier in de woestijn te laten bezwijken? Er is hier brood noch water, en we verafschuwen dit miserabele voedsel.” Het geschrift gaat verder, en vertelt dat de Geest giftige slangen naar de mensen zond, en daardoor stierven er velen. We zouden er goed aan doen de betekenis van dit verhaal terdege tot ons door te laten dringen.
Iedere reiziger in de woestijn op het Pad van de bevrijdende Mysteriën bevindt zich in een overgangssituatie. Hij is niet meer volkomen dualistisch, maar hij is ook nog lang niet herboren. In dit stadium is er nog steeds een sterke kracht van de Aarde die hem naar beneden trekt en die alle mogelijke invloeden heeft, maar er is ook een zekere ontvankelijkheid voor de Kracht van de Gnosis. Als de aspirant juist reageert op de suggesties van de Gnosis dan zal de vijandigheid van de Aarde onder hem vanzelfsprekend sterker worden. Als de pelgrim naar de stemmen van zijn oude natuur luistert, dan worden de suggesties van de Gnosis giftige slangen voor hem. In feite vinden de vibraties van het Gnostische vuur dan juist een erg disharmonieuze grond om in te wortelen, zelfs al heeft die grond zich al voor de Gnosis geopend door het nemen van het besluit om de reis door de woestijn te maken.
De aspirant staat in dit stadium dus als het ware tussen twee vuren. Hij moet kiezen tussen de vijandigheid van de dualistische natuur en de spirituele dood. Zelfs het kleinste compromis is volslagen onmogelijk. Daarom vraagt hij zich af: ‘Wat moet ik nou doen?’ Dan staat hij tegenover zowel de koperen slang als de vuurslang van de dood die zich beiden rond de levensboom van goed en kwaad hebben gewonden - rond de dualiteit. Als de aspirant in de woestijn gebeten wordt door de Gouden slang van de Geest, dan zal hij niet bezwijken zolang hij het opneemt tegen de slangen van de dood, maar hen recht aan kan blijven kijken. Dit is natuurlijk een metafoor. Zich tegenover de gevallen slangen plaatsen en hen recht aan moeten kijken betekent het kruisigen van het eigen oude zelf totdat het sterft. Dit geeft aan hoe de grip die de dualiteit op ons heeft uiteindelijk verbroken wordt.
Als we ons zo niet tegenover de slangen van de Tuin van Eden opstellen, dus tegenover de hele noodorde, maar we wel ons wezen openen voor de Gouden slang van de Geest, dan proberen we twee meesters te dienen: zowel God als Mammon, de Geest en de gevallen wereld. Dan zullen we niet in de Geest worden opgenomen. Deze dood is nog veel verschrikkelijker dan de incidentele fysieke dood van de dualiteit. Als de aspirant dit grote conflict in de woestijn oplost ten gunste van de Roep van de Geest, als hij er dus inderdaad in slaagt de grote verleiding te weerstaan en te overwinnen, dan wordt hem het ei van de Gouden Slang gegeven.
Het ontvangen van het ei van de Gouden Slang betekent het structurele en fundamentele bewijs van het begin van zijn nieuwe geboorte.
Het ei is verbonden met de ontwikkeling van een nieuwe en heel andere aura in het veld van zijn microkosmos. In deze aura worden alle krachten geconcentreerd die samen de nieuwe Mens laten ontstaan, onder leiding van de ontwaakte goddelijke vonk in het hart. Als de oude aura met hele inhoud en al verdwijnt, dan wordt de nieuwe gouden aura tot leven gebracht en versterkt. Dit is het Alchemistische Huwelijk. Hierin wordt de paradijsvogel voorbereid op zijn zelfovergave. Dit is hoe de nieuwe Koning en de nieuwe Koningin, de nieuwe Adamas en de nieuwe Hevah (die samen de nieuwe Ziel vormen) uit het alchemistische proces geboren worden.
Wees daarom zo wijs als de slang.
bron: www.hetgoddelijkplan.nl



