Velen vinden het moeilijk te aanvaarden dat de mens is ‘gevallen’. Toch is dit de enige juiste betekenis van de staat waarin de mens nu in deze wereld verkeert. Hij is inderdaad Ge-Vallen uit zijn Oorspronkelijke Verlichte staat waarin hij samen hand in hand met God wandelde in een groots en Kosmisch bewustzijn en waarin hij over de gaven en de Macht beschikte om hele werelden te kunnen scheppen als uiting van Gods Wil. Hij liep in een kleed van stralend Licht van een Kracht en Vuur, waarbij de fysieke mens van tegenwoordig volkomen zou verbranden als hij hier in volheid mee zou worden geconfronteerd.
De Oorspronkelijke mens kende in die periode, van de Tuin van Eden en ook daarvóór in Oorspronkelijkheid, geen fysiek lichaam. Het was etherisch, en wel het etherische van een goddelijke natuur en substantie, en niet die van de astrale natuur en substantie van deze planeet. Dat laatste was slechts het kleed van de lemurische mens.
Welnu, de hele mensengolf van zielen besloot eens in die verre, verre Oudheid om te experimenteren en om zo te leren. Dit was een unieke fase met overigens vele risico’s. Het gevolg van dit besluit was dat deze golf van mensenzielen uit de Stroom van Evolutie stapte om tijdelijk onderlinge evenementen en gebeurtenissen te ervaren. Natuurlijk is dit altijd toegestaan in de Eeuwigheid en Kracht van Gods oorspronkelijkheid, waarin ontelbare punten van bewustzijn en intelligentie voortdurend op weg zijn naar de enige Bron van al het leven. D.w.z., terug naar de schoot van alle Scheppingen.
Er werd hiervoor op dat moment een zeker lager levensveld geschapen op een lager trillingsniveau wat we zouden kunnen beschouwen als een soort “werkplaats”. Dit was de tuin van Eden, een etherisch werkveld. Goddelijke punten van bewustzijn konden hierin afdalen en zich hier omhullen met een etherisch kleed en naar hartenlust spelen met elkaar in hun gecreëerde vehikels, met hun volle bewustzijn en verantwoordelijkheid.
Er volgden vele leerprocessen en na verloop van tijd keerden die zielen weer gewoon terug naar “het schip” in de Stroom van Evolutie op weg naar een volgende verwezenlijking.
Echter, door externe krachten – we kennen de verleidingskunsten van de Serpent die zeer geïnteresseerd was in dit experiment en ook deze mensengolf wilde testen en zelfs beheersen – werd de mens afgewend van God en werd hij verleid om de eigen wil te volgen en niet die van Gods Wil. Er werd dus geappelleerd aan de nieuwsgierigheid en verlangens van de mens.
De mens werd verleid om met zijn EIGEN wil te kiezen om van het fruit van de boom van goed en kwaad te willen eten. D.w.z. om te leren wat dualisme – immers, de kennis en het leven over goed en kwaad – te leren kennen.
Een groot deel van die mensengolf volgde dit en koos voor het volgen van hun eigen wil i.p.v. zich te conformeren aan Gods Wil die de kennis van goed en kwaad (dat het rijk van de serpent, ofwel lucifer was) in wezen niet toestond.
Het gevolg van deze keuze was daardoor dat men zich verwijderde van het centrum van Goddelijk Bewustzijn. En met het zich verwijderen van het centrum realiseerde zich men eigenlijk niet goed wat dit betekende en hoe men was verleid tot het volgen van de eigen verlangens en de eigen wil, los van Gods Wil.
Het resultaat was dat hoe verder men kwam in deze dwaling, hoe meer men uitkristalliseerde en hoe meer men uitkristalliseerde, hoe meer men het oorspronkelijke Kosmisch bewustzijn verloor. Het brokkelde af tot er niets meer over was en dat is de situatie waarin de mens nu verkeert. Hij leeft in een laag bewustzijnsniveau en in een uiterst dicht gekristalliseerd kleed van vlees en bloed, een “dierenvel” zoals in de bijbel wordt genoemd.
En deze hele wereld is hem gevolgd in zijn Val en Verdichting. Ook deze planeet werd geschapen in een verdichte vorm van materie om hem tot entourage en decor te dienen en hem een afgeleid, lager werkveld te geven waarin de fysieke mens kon bivakkeren om zoveel zielservaring op te doen waardoor hij zich weer op een gegeven moment kon herinneren om die ene Weg retour te maken.
Deze intentie en besluit om zich af te wenden van God is de eerste en enige Zonde die de mens ooit heeft gemaakt in zijn historie. Het is deze erfzonde om zich als ziel af te wenden van Gods Wil door het gebruiken van de eigen kleine wil en daardoor zich te verwijderen van het Kosmisch Centrum van bewustzijn en te VALLEN in een lager trillingsveld en dus geconfronteerd te worden met een lager bewustzijn.
Met het zich verwijderen van het Kosmisch Centrum dat is gevuld met een oneindig hoge trilling, wordt zoals eerder gezegd, het eigen trillingsfrequentie steeds lager.
Welnu, zou men zich kunnen voorstellen dat als men besluit om zich ergens aan iets vast te klampen (binnen die stroom van Evolutie) om bepaalde zaken te blijven ervaren en daardoor ook besluit om niet terug te keren in de Stroom van Evolutie, dat men dan als een klein blad in die Stroom verandert in een steeds hardere substantie die vasthoudt aan het oude met het oog om zich te kunnen blijven handhaven?
Als de mens na verloop van tijd weer zou kunnen loslaten en zich weer zou laten meedrijven in de Stroom van Evolutie, dan zou alles weer GOED zijn. Echter, men kan zich dan ook voorstellen dat wanneer de mens zich, onwetend, vast zou willen blijven houden aan iets dat men wilde blijven ervaren (dit fysieke leven van welhaast oneindige incarnaties) en dit niet wil opgeven in de koppige halsstarrigheid van de kleine wil, dan verandert men geleidelijk in een nog dichtere rotsblok binnen de Stroom van Evolutie.
En die wiegende Stroom waarin men zich zo prachtig kan laten meedrijven als men zich zou kunnen overgeven, wordt dan voor het rotsblok een voortdurende serie stootjes die hem slijpen en duwen om hem te bewegen weer los te laten. Die Stroom wordt dan langzamerhand een pijnigend proces van almaar duwen en strijd en polijsten.
De onwetendheid over de oorsprong van de mens en wie hij in de kern is, is een belangrijk struikelblok om weer terug te keren in de schoot van de Kosmos. Men heeft de plot verloren over waarom men hier in deze wereld is geïncarneerd en wie men in de kern is.
Vandaar Jezus’ uitspraak: de Waarheid maakt je vrij.
Onwetendheid is de bron van halsstarrigheid, van het kwaad, van de eigen kleine wil, van onvolmaaktheid, van een gekristalliseerd bestaan dat bepaald niet de Volmaaktheid weerspiegelt die de mens eens had. En dat is nu het Doel van het Goddelijk Plan: het wederom bereiken van Volmaaktheid voor al het leven in een Kosmisch bewustzijn.
Om dat nu van tijd tot tijd duidelijk te maken in het menselijke levensveld op Aarde, verschenen er Avatars, boodschappers van de Logos zelf; en Jezus was er één van.
Zijn kruisiging was een diepe metafysische demonstratie van wat elk mens door moet maken om weer terug te keren naar zijn Volmaakte staat van Goddelijkheid in het verblindende Lichtkleed en Kosmische Bewustzijn.
Die kruisiging was zeker niet alleen maar een persoonlijke willekeurige gebeurtenis zoals de kerk ons wil doen geloven, maar veeleer een sterke vingerwijzing voor de aspirant die de Goddelijke binding weer wil herstellen.
De Kruisiging is een richtingwijzer voor het Zoekproces naar het Ware Zelf. De Mens Jezus wordt gekruisigd en is daarmee het prachtige zinnebeeld voor de individuele en innerlijke kruisiging of dood van de ego persoonlijkheid die nodig is om het Ware Zelf weer op de positie te krijgen die het eens had.
De kruisiging is een welhaast volmaakte metafoor voor de weg die de aspirant moet maken en tevens voor het inzicht dat nodig is om die regenboogbrug van materie naar geest te construeren.
Die kruisiging is de sleutel naar Zelfrealisatie. De kruisiging heeft dus niet zoveel te maken met het wegwassen van de vele kleine zonden van de mens. God is niet zo geïnteresseerd in de fysieke mens. Hij is veel meer geïnteresseerd in dat wat in zijn eigen hart is opgeborgen als een klein wezentje dat weer opnieuw geboren dient te worden. Daar ligt de kern van God zelf.
En al die kleine zonden van de fysieke mens zijn slechts uitingen van goed en kwaad, van de dualistische wereld. God ziet echter geen goed en kwaad; hij ziet slechts ervaringen van de ziel uitgedrukt in de fysieke mens die een expressie heeft gezocht naar één van beide kanten van dualisme.
Voor God telt slechts één zonde: en dat is de afvalligheid van de zielenmens die zich destijds ooit heeft afgewend van Hem. En hij Roept slechts om weer terug te komen: “kinderen, kom terug van het speelplein en keer naar mijn Huis”.
Maar zolang onwetendheid hier heerst, zullen mensen Hem niet verstaan en dus helaas ook niet naar Hem terugkeren. En de kerk was gevuld met onwetendheid die leidde naar de onwetende verklaring van de kruisiging van Jezus. Zo werden vele mensen misleid over wat de kruisiging in wezen voorstelt.
Onze taak is dus om deze onwetendheid te bestrijden zodat de mens tenminste weer kan kiezen wat hij wil: ofwel vasthouden aan déze wereld, of weer terug naar zijn Oorspronkelijkheid. D.w.z., ofwel vasthouden om als een rotsblok in de Stroom van Evolutie te blijven liggen, dan wel zich weer te kunnen laten meedrijven als een zacht bewegend blad in de Stroom.
Dit is de keuze en dat toont ook de kruisiging van Jezus, die ook de kruisiging van de lagere natuur in de mens dient te zijn die streeft naar Volmaaktheid. De banden met deze wereld, en zijn gehechtheden hieraan dienen te worden verbroken als hij weer terug wil. Zijn onvolmaaktheden dienen weer te worden hersteld in Volmaaktheden.
Daarbij gaat hij natuurlijk niet letterlijk dood, maar wordt wel transparant. Hij kiest ervoor om Gods Wil uit te voeren. De mens kan weer hand in hand lopen met God in een diep Kosmisch bewustzijn, met een Kracht en Macht om weer werelden te scheppen.
De mens is ‘in potentie’ goddelijk en wilt hij dit weer herstellen, dan zal hij “aan het werk” moeten!
Bron: Rudolph Berger



