Van kinds af werd de westerse mens ondergedompeld in het christendom en kreeg via ouders, school en de parochiekerk een opleiding “op maat”, om daarna voor de leeuwen van de economische wereld geworpen te worden. Meestal was er geen plaats en tijd meer om aan godsdienst te doen, en werd de ganse religieuze beleving samengeperst tot éénmaal per week naar de mis gaan.
De meer actieve gelovige echter gaat zich moeilijke vragen stellen, zoals:
hoe komt het dat er zoveel ellende is in de wereld?
Waarom is al het geschapene niet perfect?
Kan God dan tóch niet alles?
Waarom worden onze gebeden niet verhoord als we in de problemen zitten?
En zo kunnen we nog een tijdje verder gaan. Feit is dat er op deze vragen nooit een antwoord komt – tenzij je tevreden bent met: “het zijn beproevingen”, of: “Gods wegen zijn ondoorgrondelijk” – twee oorzaken: - het leerboek waarop het christendom gebaseerd is, de bijbel, is onvolledig, - niet alle interpretaties van de woorden van Christus zijn kloppend. Om de context beter te begrijpen van hoe de bijbel – zoals wij die nu kennen – ontstaan is, halen we er een klein beetje geschiedenis bij.
We moeten ons realiseren dat het 2000 jaar geleden woelige tijden waren; Het Romeins bewind, het Jodendom met Jozua, de Griekse wijsheden, èn het Egyptisch godendom, dat behoorlijk invloed uitoefende op het Romeinse volk. Daarnaast verscheen een aantal enkelingen, die allemaal begonnen te prediken! ‘Enkelingen’ in het meervoud, omdat Jezus n.l.niet alleen was.
De meest bekende figuur is Johannes de Doper, die eigenlijk niets te maken heeft met het christendom, niettegenstaande hij vernoemd wordt in het nieuwe testament. Hij was een predikant, maar aangezien er geen geschriften zijn gevonden over of van hem, kunnen we zijn leer niet reconstrueren. Die leer zal evenwel indrukwekkend genoeg geweest zijn: waarom anders zou Jezus zich door hem laten dopen, om daarna zèlf te gaan prediken. Het doopsel zoals wij dat nu kennen, is dus in feite géén christelijk sacrament, en het is zeer twijfelachtig of Jezus, mocht hij terugkomen, zou goedkeuren dat dit uitgevoerd wordt vlak na de geboorte: je laten dopen wil zeggen dat je je hele leven zult wijden aan het religieuze.
Dan was er nog een figuur: Mithras, die een heuse concurrent was van Jezus, omdat die ook wonderen gedaan zou hebben, en dus werd het Mithracisme een bijkomende religieuze strekking in die periode. Ook hierover is niet veel informatie te vinden, maar het is wel zeker dat Mithras het ritueel introduceerde van de consecratie. Dit onderdeel van de mis is dus ook niet christelijk.
Dan was er de Isis-verering: een beeld van de Egyptische godin Isis met kind werd rondgedragen door de straten, dikwijls tot ergernis van de Joodse en Romeinse bevolking. De aandachtige lezer heef het al begrepen: de processies met Mariabeeld en kindje Jezus komen niet uit het christendom. Daarenboven moeten we ook nog rekening houden met het feit dat Jezus Christus zelf op twee niveaus les gaf: enerzijds voor het gewone volk, en anderzijds voor enkele ingewijden. De leringen voor het volk staan beschreven in wat wij nu het nieuwe testament noemen, maar de meer moeilijke en zelfs ingewikkelde lessen, de gnostiek, staan nergens beschreven in de christelijke leer.
De ingewijden die deze lessen kregen, m.n. de apostelen en zeker ook Maria-Magdalena, hebben die mondeling doorgegeven aan hun leerlingen, die alles, vanzelfsprekend, optekenden. Merkwaardig genoeg ontstonden er vrij snel (tussen het jaar 70 en 100) verschillende strekkingen binnen die gnostiek: het Valentianisme, het Elkesaïsme, het Cerinthisme, het Nicolaïsme, het Simonisme, het Sethianisme, het Satornilisme, en het Menandrianisme. Zo zie je maar hoe snel één enkele leer kan ontaarden.
Christus zelf moet zijn gnostische leer gehaald hebben tijdens zijn verblijf in Egypte, waar men overigens ook kennis had genomen van de Griekse gnosis, m.n. de leer van Hermes Trismegistos. Hermes Trismegistos wordt geschiedkundig beschouwd als één van de vele Griekse goden, maar aangezien er nogal wat teksten bewaard zijn gebleven die aan hem worden toegeschreven, zou hij als mens moeten (of kunnen) geleefd hebben rond de jaren 300 voor Christus. Maar dat doet verder weinig ter zake. Het belangrijkste is dat zijn leringen tot ons zijn gekomen, en we ze kunnen toetsen aan de teksten van de gnostici, zo’n 400 jaar later.
De vraag is nu: waarom zijn deze gnostische teksten niet opgenomen in de bijbel? Dat moet verweten worden aan één man: Ireneüs, die leefde van 135 tot 202. Eigenlijk was hij een Romein, een belangrijk Romein, die zich nadien bekeerde tot het (toenmalig ongeorganiseerde) christendom. Hij had een belangrijk aanzien, en schopte het zelfs tot bisschop van Rome, en aangezien de functie van ‘paus’ toen nog niet echt bestond, was hij in feite de ‘grote baas’ van de kerk! Hij was het die bepaalde Joodse teksten opnam in het oude testament; hij was het die de evangeliën koos, die er het beste bij pasten.
Hij was het die de gnostische en alle andere teksten op de brandstapel liet gooien. Het is zelfs zo dat de scheppende god uit het oude testament niet eens dezelfde god is van het nieuwe testament. Maar Ireneüs gooide alles op één hoop, en liet zeer belangrijke fragmenten en volledige tekstdelen gewoon weg. Dààrom is onze bijbel onvolledig; het boek Genesis b.v. (het eerste boek uit die bijbel) is in feite slechts hoofdstuk twee. En aangezien bijna niemand hoofdstuk één kent (een gnostisch boek), begrijpen we niets van de essentie van de eigenlijke schepping. Dààrom ook zijn bepaalde uitspraken van Jezus in het nieuwe testament soms erg onduidelijk en zelfs onaanvaardbaar: ze zijn uit hun originele context gehaald.
Later werd dit verder gezet: in de 6de eeuw b.v., werd de reïncarnatie uit de bijbel gehaald, en pas in de 19de eeuw werd een dogma toegevoegd: de onbevlekte ontvangenis. Gelukkig heeft Ireneüs niet alles kunnen vernietigen: er zijn enkele exemplaren verborgen geworden in een paar grotten in Egypte, en, zoals nu algemeen geweten, zijn ze teruggevonden en bekend als de “Nag-Hammadi” en de “Qumran” documenten.
Een studie tot de gnostiek kan inzicht geven, om in de voetsporen van Jezus te kunnen treden en de bedoeling te begrijpen van onze aanwezigheid op deze aarde.



