Evangelie volgens Filippus - NHC

NHC II.3 - strofe 86

 

[110] Wie de kennis van de waarheid bezit

is een vrij mens.

De vrije mens zondigt niet,

want ‘wie zondigt is een slaaf van de zonde’.

 

De waarheid is de moeder en

de gnosis is de vader.

 

Zij die zichzelf niet toestaan om te zondigen

worden door de wereld ‘vrije mensen’ genoemd.

Bij hen die zichzelf niet toestaan om te zondigen

verheft de gnosis van de waarheid hun hart.

Dat wil zeggen: ze hebben zich vrijgemaakt

en verheffen zich boven de gehele plaats.

 

Maar de liefde bouwt op.

Want wie een vrij mens geworden is

door de gnosis,

is door de liefde

een dienaar voor hen die nog niet

door de vrijheid van de gnosis

zijn verhoogd.

Gnosis stelt hen dan in staat

om vrije mensen te worden.

De liefde [eigent zich] niets toe,

want waarom [zou ze zich iets toeëigenen?

Alles is immers] van haar!

Ze zegt niet: [Dit is van mij]

of: dat is van mij,

[maar] ze zegt: het is van jou.

 

[111] Geestelijke liefde

is als wijn en geur.

Allen die ervan genieten

worden ermee gezalfd.

En ook genieten zij die in de buurt zijn

zolang de gezalfden in hun omgeving vertoeven.

Want als de gezalfden zich van hen verwijderen,

zullen de niet-gezalfden,

die slechts in de buurt waren,

in hun kwade geur blijven.

 

De Samaritaan gaf aan de gewonde

niets anders dan olie,

die niets anders is dan zalf.

Deze genas de wonden,

want: ‘de liefde bedekt vele zonden’.

 

Bron: Citaat Nag Hammadi geschriften 1, strofe 86/ J. Slavenburg - W.G. Glaudemans

 

Dit bericht is geplaatst in Apocrief. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>