ISBN 90 6732 276 8 / Uitgave van de Rozekruis Pers, Haarlem
De 148 hoofdstukken die het Evangelie van de Pistis Sophia telt, zijn niet altijd even helder te interpreteren. De veelheid aan moeilijke begrippen en lastige zinnen, maakt het niet altijd uitnodigend om verder te lezen.
Daarom een woord van uitleg door Marc van de Leest, te beginnen bij:
Hoofdstuk 1.
Dit hoofdstuk van het Evangelie van de Pistis Sophia, is misschien wel het minst heldere!
Het begint met de melding dat Jezus gedurende elf jaren na zijn fysieke dood de discipelen onderwees. De aanname bij de Kopten dat Jezus effectief overleden is aan het kruis, was een logisch gevolg van de gangbare predikingen der apostelen en hun leerlingen gedurende de eerste eeuw.
Deze zogenaamde ‘Verrijzenis’ heeft echter nooit plaatsgevonden, maar dat is een ander verhaal. Laat ons er nu gewoon van uit gaan dat, zoals het evangelie zelf aangeeft, Jezus na zijn fysieke kruisiging nog elf jaar na zijn kruisiging, verder ging met instructies geven aan zijn leerlingen.
Deze fysieke kruisiging was een demonstratie van het afleggen van het ego. Hij gaf hiermee aan tot hoever we zouden moeten of kunnen gaan tot het kruisigen van ons eigen ego. Zijn eigen oorsprong benoemt hij met het ‘Eerste Mysterie’, wat in zekere zin ook begrijpelijk is: vóór zijn komst heerste er op aarde slechts chaos en onwetendheid, waardoor de Vader van het Al een ‘Gebod’; oftewel een scheppingsbeslissing, afkondigde, namelijk het zenden van een boodschapper. Dit ‘Eerste Gebod’ heeft overigens niets te maken met de Bijbelse tien geboden, die toebehoren aan Jaldabaoth (Jehovah), de god van Mozes.
Deze boodschapper, Jezus, werd speciaal voor dit doel afzonderlijk geschapen, en mag daarom terecht de ‘Zoon’ van God genoemd worden. En aangezien het gaat over een éénmalige boodschapper, spreekt men in het Evangelie over het Eerste Mysterie, dat meteen ook het laatste is…
Er bestaan nogal wat goeroes of religieuze leiders die zichzelf ‘Meester’ noemen, en er zelf van overtuigd zijn een opvolger van Jezus te zijn, doch dat zijn ‘valse profeten’, waarvoor Jezus zelf ons gewaarschuwd heeft in andere evangelische teksten.
De Vader heeft zijn schepping(en) onderverdeeld in 49 Hemelsferen, die ook wel eens bewustzijnsniveaus genoemd worden. Hemelsfeer nr. 1 is het laagste niveau dat kan bestaan, en behelst de diepste verstoffelijking zonder enige vorm van bewustzijn. Uiteraard is dan Hemelsfeer nr. 49 de allerhoogste, de verblijfplaats van God zelf, ook al kunnen we strikt genomen niet spreken over een ‘plaats’.
Nu zijn alle tussenliggende sferen evenwel niet te beschouwen als afzonderlijke vakjes of hokjes, zoals wij ons dat soms voorstellen! Hemelsferen hebben n.l. geen fysische ruimte nodig, en zijn derhalve niet afzonderlijk waarneembaar.
Het Evangelie van de Pistis Sophia spreekt nu over het Eerste Mysterie, dat “het vierentwintigste mysterie is van binnen naar buiten” (Hemelsfeer). In feite hoeven we dan gewoon vanaf 49 beginnen te tellen tot aan 24, en dan weten we dat de eigenlijke ‘schepping’ van Jezus’ Lichtkleed gebeurde in de 26e Hemelsfeer…We spreken over een ‘Lichtkleed’ omdat Jezus toen vanzelfsprekend nog geen stoffelijk lichaam had. Dit Lichtkleed daalde nu af naar de in slaap gevallen stoffelijke wereld, de 5e Hemelsfeer, maar aangezien de archonten en hun demonen hier nog geen weet van mochten hebben, gebeurde dat in een vermomming van de engel Gabriël. Begrijp dit goed: de engel Gabriël als boodschapper aan Maria heeft nooit bestaan, het was Jezus zelf die in onstoffelijke vorm zijn eigen geboorte aankondigde.
Het tweede deel van het eerste hoofdstuk van de Pistis Sophia bestaat uit een opsomming van de dingen die de apostelen nog niet geleerd hadden.Hier passeren een aantal begrippen de revue, die niet direct duidelijk zijn, maar die wel in detail uitgelegd worden in de boeken van Jeû. In hoofdstuk 99, vermeldt Jezus deze twee boeken, die van de aartsvader Henoch afkomstig zouden zijn.
Bijlage: de ster van Bethlehem was géén ster.
Zoals we hierboven zagen, daalde Het Lichtkleed van de boodschapper neer tot de ons bekende stoffelijke wereld. Wanneer Jezus nu daadwerkelijk als ‘mens’ geboren werd, keerde het Lichtkleed terug naar de 26ste Hemelsfeer. Uiteraard was dit niet zichtbaar, maar voor bepaalde magiërs of koningen was het dat wèl: de staartster (of komeet) van Bethlehem was dus niet een ster die van bovenaf de weg wees naar beneden, maar een straalstroom die van beneden af naar boven trok…Denk aan het afsteken van vuurwerk: de mooie lichtsterren zijn wel boven te zien, maar ze komen van beneden.Het feit dat deze ‘Lichtwijzer’ van beneden kwam, maakt de zoektocht naar de bron veel gemakkelijker, dan dat er een ster aan de hemel naar beneden zou wijzen. Bovendien zou zo’n ster door iedereen waargenomen kunnen worden, zodat velen uit pure nieuwsgierigheid de kribbe van Jezus zouden gaan bezoeken. Zelfs de Romeinse keizer kon uit zichzelf de plek niet vinden…
Bron: Marc van de Leest.



