De “Missing Link” is al jaren een doorn in het oog van de wetenschap, ook al is die intussen spectaculair geëvolueerd tot de moderne Genetica.
Men is er al vrij lang in geslaagd om alle biologische soorten te rangschikken volgens een genetisch systeem, dat in feite enkel maar een bevestiging is van het Darwinisme.
Dat men van de chimpansee niet Darwinistisch kan overgaan naar de mens is duidelijk, en dat is dan die doorn in het oog!
De wetenschap aanvaardt geen goddelijke tussenkomst, of een afzonderlijke schepping, en blijft derhalve met het probleem zitten.
Een ernstige leerling van de spirituele aspecten van het leven, ziet het breder, en zal tot een volgend compromis komen: ons lichaam is het resultaat van een genetische manipulatie om van een aapachtige naar mens te evolueren. De mens is dus ‘slechts’ een mutatie.
Maar wie heeft dan deze manipulatie bewerkstelligd? De Vader-God? Neen, daar gaat de Schepper van het Al zich niet mee bezighouden. Hij heeft hiertoe een Demiurg, de hoofdarchont Jaldabaoth, laten emaneren, die op zijn beurt twaalf archonten creëerde om het stoffelijk heelal invulling te geven. Deze archonten, een soort tijdelijke goden, verkregen daartoe de hulp van een indrukwekkende schare engelen, die echter later ‘demonen’ zullen worden genoemd. Dit was het logisch gevolg van het feit dat de archonten beseften dat hun levensduur afhing van de duurtijd van de reïncarnatie der mensenzielen. Wanneer namelijk alle zielen terug “Thuis” zijn, heeft het stoffelijk heelal geen enkele reden van bestaan meer, en zal vernietigd worden, met alles erop en eraan, dus ook de archonten.
Daarom willen de archonten de mensheid zo lang mogelijk in het rad van reïncarnatie laten draaien.
Zo’n 1.800.000 jaar geleden, toen de mensenzielen nog niet op deze aarde vertoefden, kregen de archonten de opdracht om een stoffelijke “zielsdrager” te creëren. Dit moest een biologisch systeem zijn, dat in staat zou zijn om creatieve werkzaamheden uit te voeren.
Men koos voor de “Homo Habilis”, een aapachtig wezen dat toen reeds een paar honderdduizend jaar bestond, en dat als basis kon dienen om een nieuw type – wat wij mens noemen – tot stand te brengen.
De archonten stelden meer dan honderd engelen aan, om het toch wel uiterst nauwkeurige werk uit te voeren, namelijk de genetische manipulatie van de aapachtige.
Merkwaardig genoeg staat dit relaas uitgebreid vermeld in de apocriefe tekst: “Geheime Boek van Johannes”, dat bekend staat als het nummer II.1 van de Nag Hammadi geschriften.
Het moge duidelijk zijn dat begrippen zoals mutatie en genetica niet in die vorm bekend waren toen dit boek geschreven werd (volgens Jacob Slavenburg, de vertaler, dateert dit boek van vóór het jaar 185). We moeten daarom een beetje tussen de regels lezen om een goed begrip te krijgen.
In paragraaf 45 staat: “En toen begonnen de (7) machten te scheppen. De eerste, goedheid, maakte een bezieling van beenderen”.
De zeven machten kunnen in onze tijd beschouwd worden als opzieners, meestergasten, of zelfs vakbondsafgevaardigden, en waren rechtstreeks verantwoordelijk voor de daden van ‘hun’ engelen.
Het woord bezieling staat hier voor genetische manipulatie, en zeker niet voor de astrale opvatting van het toekennen van geest aan materie. De New-Age wereld goochelt graag met dit soort begrippen, en geven zelfs een gewone rotsblok een soort bezieling.
De zes andere bezielingen werkten in op: de spieren, het vlees, het merg, het bloed, de huid, en de beharing.
Dit zijn de vrij algemene bewerkingen van het menselijk lichaam, maar voor de meer gedetailleerde specifieke lichaamsdelen, werden afzonderlijke engelen aan het werk gezet. In het boek van Johannes worden 105 engelen bij naam genoemd; zie onder.
Het apocriefe boek van Johannes wordt uiteraard niet door de bestaande geloofssystemen aanvaard, maar verwezen naar de cultuurhoek.
Deze tekst, die een vrij gedetailleerd verslag geeft van de stoffelijke schepping, is echter geen alleen staand feit. We hebben weet van minstens vier onafhankelijk van elkaar bestaande manuscripten, die hetzelfde relaas geven van de schepping.
De mens is dus duidelijk een mutatie van de aapachtigen, die niet op natuurlijke wijze tevoorschijn kwam.
Het Darwinisme is een juiste theorie, maar is niet van toepassing op de mens.
Geraadpleegd werk:
De Nag Hammadi Geschriften, van Jacob slavenburg & Willem Glaudemans.
De engelenschare (Nag Hammadi II.1, par. 46 e.v.):
1. Eteraphaope-Abron: het hoofd
2. Meniggesstroëth: het brein
3. Asterechme: het rechteroog
4. Thaspomocha: het linkeroog
5. Jeronymos: het rechteroor
6. Bissum: het linkeroor
7. Akioreïm: de neus
8. Banen-Ephrum: de lippen
9. Amen: de tanden
10. Ibikan: het tandvlees
11. Basiliademe: de amandelen
12. Achcha: de huig
13. Adaban: de nek
14. Chaäman: de wervelkolom
15. Dearcho: de keel
16. Tebar: de linkerschouder
17. N……: de rechterschouder
18. Mniarchon: de linker elleboog
19. ……..: de rechter elleboog
20. Abitrion: de rechter onderarm
21. Evanthem: de linker onderarm
22. Krys: de rechterhand
23. Beluai: de linkerhand
24. Treneu: de vingers der rechterhand
25. Balbel: de vingers der linkerhand
26. Krima: de vingernagels
27. Astrops: de rechterborst
28. Barroph: de linkerborst
29. Baöem: de rechter oksel
30. Ararim: de linker oksel
31. Areche: de buik
32. Fthave: de navel
33. Senaphim: de onderbuik
34. Arachethopi: de rechter ribben
35. Zabedo: de linker ribben
36. Barias: de rechterheup
37. Phnut: de linkerheup
38. Abenlenarchei: het merg
39. Chnumeninorin: de beenderen
40. Gesole: de maag
41. Agromauma: het hart
42. Bano: de longen
43. Sostrapal: de lever
44. Anesimalar: de milt
45. Thopithro: de darmen
46. Biblo: de nieren
47. Roëror: de pezen
48. Taphreo: de ruggengraat
49. Ipuspoboba: de aderen
50. Bineborin: de slagaderen
51. Aätoimenpsephei: de adem
52. Entholeia: het vlees
53. Beduk: de baarmoeder
54. Arabeï: de penis
55. Eilo: de testikels
56. Sorma: de vagina
57. Gorma-Kaiochlabar: de rechterdij
58. Nebrith: de linkerdij
59. Pserem: de rechternier
60. Asaklas: de linkernier
61. Ormaoth: het rechterbeen
62. Emenun: het linkerbeen
63. Knyx: het rechter scheenbeen
64. Tupelon: het linker scheenbeen
65. Achiël: de rechterknie
66. Phneme: de linkerknie
67. Phiuthrom: de rechtervoet
68. Boabel de rechter tenen
69. Trachun: de linkervoet
70. Phikna: de linker tenen
71. Miamai: de teennagels
72. Labernium: ……
Bijkomende hulp-engelen:
73. Diolimodraza: in het hoofd
74. Jammeäx: in de nek
75. Jakubib: in de rechterschouder
76. Verton: in de linkerschouder
77. Udidi: in de rechterhand
78. Arbao: in de linkerhand
79. Lampno: in de rechter vingers
80. Leëkaphar: in de linkervingers
81. Barbar: in de rechterborst
82. Imaë: in de linkerborst
83. Pisandraptes: in de borstkas
84. Koade: in de rechter oksel
85. Odeor: in de linker oksel
86. Asphixis: in de rechter ribben
87. Synogchuta: in de linker ribben
88. Aruph: in de buik
89. Sabalo: in de baarmoeder
90. Charcharb: in de rechterdij
91. Chthaon: in de linkerdij
92. Bathinoth: in de geslachtsdelen
93. Chux: in het rechterbeen
94. Charcha: in het linkerbeen
95. Aroër: in het rechter scheenbeen
96. Toëchtha: in het linker scheenbeen
97. Aol: in de rechterknie
98. Charaner: in de linkerknie
99. Bastan: in de rechtervoet
100. Archentechtha: in de rechter tenen
101. Marophnunth: in de linkervoet
102. Abrana: in de linker tenen
103. Archendekta: de zintuigen
104. Aächiaram: de evenwichtsorganen
105. Riaramnacho: alle innerlijke bewegingen.
Bron: Marc van de Leest



