Bergpadtekst 5: Als de mens zichzelf gaat herkennen, M. Hillen

Als de mens zichzelf gaat herkennen, komt hij op een eenzaam spoor. Het bergpad dat langs het ravijn leidt, is zo smal dat men dat pad niet met zijn tienen tegelijk kan passeren. Vandaar dat als de mens zichzelf gaat zien, er een eenzaamheid over hem heen komt, omdat hij gewend is zijn leven in te richten op de wisselwerking van de emoties.

De wisselwerking van de emoties voeren de mens naar zijn eigen zelf. Door die wisselwerking kan de mens zichzelf een plaats geven, maar geeft hij tegelijkertijd ook de kracht aan zichzelf om zich neer te laten op die plaats.

In de kracht van de wisselwerking die op gang komt door de emoties, ligt een grote stuwkracht, een grote aanwezigheid die de mens zichzelf doet gevoelen. Die aanwezigheid is niet altijd bewust, maar door de lading van de wisselwerking is er een aanwezigheid die een zekere duwkracht uitoefent, en zo zijn plaats, richting, en gevoelswaarde voor de dingen aangeeft.

Als de mens zichzelf dan gaat zien, vallen deze gevoelswaarden weg, en komt hij op het pad van de stilte, van de zuiverheid.

Op dit pad is het nodig om toch steeds de wisselwerking te laten bestaan, omdat, als de wisselwerking niet blijft op dit pad, op dit stuk, de voetstappen niet met zekerheid gezet kunnen worden.

Duidelijker gezegd:
als de mens komt in het deel dat hij zichzelf gaat zien, en zich losmaakt van zijn emotionele velden, dan komt er een stuk klaarheid in zijn bewustzijn.
Hij ziet dat sommige dingen niet meer relevant zijn.
Hij ziet dat sommige dingen niet meer die plaats innemen in zijn bewustzijn, die anders toch een stuk vreugde pijn teweeg bracht.

Dan kan het moment daar zijn, dat die mens geen voeling meer houdt met wat hem omgeeft, omdat hij zó gericht is op het zetten van de voetstappen, dat hij daardoor de wisselwerking verliest. Op dit stuk is het van belang om de wisselwerking over een andere lijn te laten gaan. De lijn waardoor de mens toch in het hart geraakt wordt, is de lijn die niet gevoed wordt door de emoties, maar door het zien.

Op dit deel van het pad is het van belang jezelf te zien, maar evenzeer van belang de ander te zien. Als de ander gezien wordt, kan er een wisselwerking ontstaan. Zolang alleen de aandacht is gericht op de eigen voetstappen, omdat dit een zeer aandacht-vragende zaak is, ontstaat er een eenzaamheid die vervreemding teweeg brengt. Op dit deel van het pad is de kans op vervreemding groot.
Daarom: verbind je met het hart, en kijk vanuit het hart naar de andere mens, waar die ook staat op het pad, en laat zo een wisselwerking ontstaan. Dan kan het pad het pad naar de vreugde zijn.

Er is verschil bij de mens die nog op het pad van de bloemen vast zit, aan de prikkelingen van de tegenkracht, en de mens die langs het ravijn loopt en leert deze tegenkracht te zien en toch de wil vrij laat stromen.

Het verschil ligt daarin dat de mens die nog in de velden van de bloemen mag vertoeven onderhevig is aan wat hem ‘ten toon gespreid wordt’, hem overkomt. Door hieraan onderhevig te zijn, rolt zijn bewustzijn door.

De mens die het pad langs het ravijn beloopt, is een mens die niet meer onderhevig is, maar een mens die kan zien. Zodra een mens kan zien, kan hij de wil als een bewuste kracht gebruiken, maar om de wil als een bewuste kracht te kunnen gebruiken, moeten de oude voorwaarden achtergelaten worden.

Dit is het pijnlijke aan dit stuk van de weg.
De oude voorwaarden zijn de gebondenheden van de velden die hieraan vooraf gegaan zijn. De gebondenheden zijn groot, want de mens heeft hier zij bestaan uit opgebouwd. Nu moet de mens leren zien, dat zijn bestaan niet afhankelijk hiervan is, en ook hier niet uit opgebouwd is, maar het zit zo diep in zijn ziel gegrift, dat er bijna een scheuring moet plaats vinden.
In de meeste gevallen vind er ook een scheuring plaats, de mens moet zich los scheuren, bijna nooit uit de vrije wil, maar dit los scheuren wordt afgedwongen. Dan komt de beweging van het zien en de vrije wil die de plaats kan innemen.

Wie scheurt?
Het is de kracht van het wezen van de mens, die zich dan wil manifesteren.
Het is de kracht van de verbinding, de verbinding die loopt door groot en klein, hoog en laag.
Het is die kracht die dit in beweging zet.

Bron: Mária Hillen

Dit bericht is geplaatst in Gnostiek. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Bergpadtekst 5: Als de mens zichzelf gaat herkennen, M. Hillen

  1. marcus schreef:

    “Op dit deel van het pad is het van belang jezelf te zien, maar evenzeer van belang de ander te zien. Als de ander gezien wordt, kan er een wisselwerking ontstaan.”

    We moeten ons wel realiseren dat deze wisselwerking van een heel andere aard is dan de ons bekende sociale contacten! We zullen onszelf zien als een ziel, totaal onafhankelijk van onze huidige persoonlijkheid en ego, en ook onze medemens zal aldus gezien worden. Dan pas zullen we realiseren dat we allen één zijn op het pad naar de werkelijkheid, weg van de wereld der illusies.
    De eenzaamheid die daarbij zal gevoeld worden, is echter noodzakelijk omdat iedere ziel afzonderlijk, keuzes zal moeten maken door middel van de vrije wil. Het smalle pad is géén doolhof, maar een labyrint: je kan enkel vóóruit, ter plaatse blijven trappelen, of áchteruit…

  2. Els schreef:

    Dank voor je reactie! Het laat wel zien dat dit smal te belopen pad, om een opperste concentratie vraagt. Het loopt immers langs een ravijn. Moeilijk ook, omdat de concentratie te sterk op het persoonlijke gericht kan blijven. Een volgende keer meer over ‘de vrije wil’, de scheppende kracht in de mens!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>